Wat er gebeurt als je je gevoel lang opzij hebt gezet

Het werkte. Tot het niet meer werkte.
Je hebt het lang volgehouden.
Doorgaan als het moeilijk was. Sterk blijven voor anderen. Niet zeuren. Niet te veel vragen. Je gevoel parkeren en later wel kijken, maar later kwam er altijd iets anders.
En het werkte. Je functioneerde. Je deed wat er gedaan moest worden.
Maar ergens begon er iets te wringen.

 

Wat er gebeurt als gevoelens geen plek krijgen

Gevoelens die geen ruimte krijgen, verdwijnen niet. Ze zoeken een andere uitweg.
Soms via je lijf. Spanning die zich vastzet in je nek of schouders. Een maag die het moeilijk heeft. Vermoeidheid die niet overgaat na een nacht slapen.
Soms via je gedrag. Sneller geïrriteerd dan je wilt. Moeite om echt aanwezig te zijn in contact. Een neiging om je terug te trekken als het te dichtbij komt.
Soms via een vaag gevoel van leegte. Alsof je naar je eigen leven kijkt van een afstandje. Alsof je er wel bent, maar niet helemaal.

 

Niet gevoelloos. Afgeschermd.

Mensen die hun gevoel lang opzij hebben gezet denken soms dat ze gevoelloos zijn. Dat er iets mis is met hen.
Dat is niet zo.
Ze zijn afgeschermd. Er is een deel van hen dat heeft geleerd: voelen is gevaarlijk, of nutteloos, of te veel voor anderen. Dus heeft dat deel een muur gezet.
Die muur was slim. Die beschermde je. Maar een muur houdt niet alleen pijnlijke dingen buiten. Hij houdt ook warmte, verbinding en jezelf buiten.

 

Wat er nodig is

Je kunt een muur niet forceren te slopen. Dat werkt niet en het is ook niet nodig.
Wat wel werkt is voorzichtig kijken wat er achter zit. Niet in één keer alles openbreken, maar kleine gaatjes maken. Merken wat er beweegt als je even stopt met doorgaan.
Dat vraagt veiligheid. Tijd. Een omgeving waarin je niet hoeft te presteren of te verklaren.
In mijn praktijk werken we precies zo. We gaan niet sneller dan jouw systeem aankan. We kijken wat er nu is, zonder te eisen dat het meer is dan dat.

 

Wat er kan veranderen

Mensen die leren weer contact te maken met wat ze voelen, beschrijven het soms als thuiskomen.
Niet in een grote dramatische zin. Maar in kleine dingen. Dat ze weer kunnen voelen wanneer iets hen raakt. Dat ze merken wat ze nodig hebben voordat ze volledig leeg zijn. Dat contact met anderen echter voelt, minder gespeeld.
Dat je weer weet wie je bent als niemand iets van je nodig heeft.

Herken je dit? In mijn praktijk in Harderwijk werk ik lichaamsgericht met mensen die zijn opgegroeid met te weinig afgestemde aandacht. Je kunt altijd een gratis kennismaking inplannen om te kijken of mijn manier van werken bij je past.